Louise Cornelis (1966) is een gepassioneerd fietser en trapt elk jaar duizenden kilometers weg. Ze reed tochten als de Marmotte, de Amstel Gold race en Luik-Bastenaken-Luik. Ze schrijft maandelijk in de Fietsvrouw colum in het tijdschrift Fiets. In het filosofisch fietsboek Afzien voor beginners verhaalt zij over de monstertocht van Caïro naar Kaapstad.
Het boek biedt geen chronologisch verslag van de tocht, maar heeft structuur gekregen door vanuit verschillende perspectieven naar het verschijnsel ‘afzien’ te kijken. Ze valt direct met de deur in huis en stelt dat afzien het zelf gekozen lijden is. Vervolgens behandelt zij vragen over afzien en mensen die ervoor kiezen om vrijwillig pijn te lijden. Heeft het te maken met controle? Zelf bepalen hoe ver je gaat? Willen mensen in een groep gezamenlijk afzien omdat het ze iets leert over sociale structuren en groepsgedrag? Of is het dan toch die flow waar je in terecht komt? Die serene stilte waarmee je dicht tot iets grootser komt dan het aardse. Louise heeft die flow een paar keer mee mogen maken in de bergen en in de woestijn. Als je in een God gelooft, dan ben je in die flow dichtbij Hem.
Verder zijn de filosofische overdenkingen over afzien, het lijden en de randverschijnselen daarbij, omkleed met exotische verhalen over gek eten – als we pizza hadden willen eten, waren we wel naar Italië gegaan – en het ontbreken aan enige luxe, westers gedoe of sanitair. Eindeloze rechte, saaie wegen. Dirt roads. De natuur. De plaatselijke bevolking. Ethiopië. De Kalahari. Malawi. Alles op de fiets.
Het is ook wel heel aardig dat Cornelis zo nu en dan zaken eens van een andere kant bekijkt. Hoezo afvallen en gezond worden van zo’n tocht? De deelnemers vallen inderdaad af, maar eenmaal terug in het westen komt het er des te harder weer bij. Hoezo ontwikkelingshulp? Het is paternalistisch en houdt Afrika in zijn afhankelijkheidspositie. En gezellig samen fietsen? Het is haat en nijd en ze wachten niet eens op elkaar. Ze laten haar – een dame! – alleen achter in het verlaten gebied ergens in midden Afrika.
Het zijn avontuurlijke verhalen in een sympathiek boek. De filosofische stukken zijn heel toegankelijk en Louise Cornelis is zeker geslaagd in haar opzet om iets meer begrip en interesse te wekken voor duursporters en extreme reizigers.
O ja, de top 5 van Louise Cornelis, want zij doet ook mee;
1. Voorbij de pijngrens van Lance Armstrong. Dit boek veranderde mijn leven. Ik was er al onder de indruk dat een voormalig kankerpatiënt de Tour de France won, maar toen ik dit las, wilde ik per se een keer meedoen aan de Ride for the Roses. Daarom leende ik een racefiets, ik ging trainen, ik deed mee, ik vond het hartstikke leuk, en sindsdien ben ik verslingerd aan de racefiets ! Het boek is bijna een evangelie van hoop voor kankerpatiënten. Het mooiste gedeelte vind ik als Armstrong weer gaat trainen en het gaat over het herstel van de ziel – dat langer duurt dan dat van het lichaam.
2. The Masked Rider: Cycling in West-Africa, van Neil Peart (de drummer van Rush, maar dat terzijde). Het beste fietsreisboek dat ik ken, één van de weinige over een groepsreis. Peart is verfrissend eerlijk en heeft een originele kijk op fietsen én op Afrika. Ook aan zelfreflectie ontbreekt het niet. Kortom: een boek dat veel verder gaat dan de standaard ‘toen gingen we hierheen, het was lang en ver, en toen gebeurde er dat, en daarna was het opnieuw lang en ver’ – helaas onttrekken maar weinig fietsreisboeken zich daaraan. The Masked Rider wel!
3. De dood van Marco Pantani. Een biografie, van Matt Rendell. Pantani was mijn held, niemand kon zo mooi de berg op dansen als hij. Wat was ik teleurgesteld toen dat op EPO bleek te zijn geweest. De verhalen daarover in dit boek zijn ontluisterend en schokkend. Maar indrukwekkend is vooral dat geesteszieke Pantani door zijn omgeving in de succesvolle topsportersrol geduwd werd, en zich zodoende niet psychiatrisch kon laten behandelen. Het boek biedt zo een blik op de schaduwzijde van topsport.
4. Sport als levenskunst, van Marc Van den Bossche. Het gaat niet alleen over fietsen, al is dat wel Van den Bossches belangrijkste sport. Het boek is een filosofische verhandeling over de betekenis van (duur-)sport in het moderne leven. Van den Bossche relativeert de prestatiegerichtheid van sporters. Volgens hem is duursport een way of life die lichaam en geest in balans brengt en je verhouding tot de omgeving bepaalt. Je krijgt tijdens het fietsen niet toevallig de beste ideeën. Een herkenbaar en inspirerend boek, en aan het eind ontroerend persoonlijk.
5. France Omwentelingen. Een ongetrainde Engelsman fietst de Tour de France, van Tim Moore (of het Engelse origineel French Revolutions). Het allergrappigste fietsboek dat ik ken, op zo’n typisch Britse wijze met veel zelfspot en woordgrapjes. Allerfraaist zijn Moore’s maffe experimenten met doping, die zijn prestaties niet bepaald ten goede komen! Vooral een aanrader als je wielrennen eens een keertje helemaal niet zo heel serieus wilt nemen.
| Titel | Afzien voor beginners |
| ISBN/EAN | 9789077557631 |
| Auteurs | Louise Cornelis |
| Uitgever | Totemboek |
| Aantal pagina’s | 98 |
| Publicatiedatum | 2010 |
Verkrijgbaar via www.afzienvoorbeginners.nl




