Mogen wij onze nieuwe trots voorstellen? Carola Everts (@Wheelerwatchers), ook wel bekend van het blog wheeler watchers. Daarmee is het wielertaal team verjongd en hebben we eindelijk een vrouwelijke stem die de wielertaal vertolkt. We zijn daar op voorhand al erg enthousiast over. Nu is het woord aan de Limburgse Carola zelf.
Een stukje wielerparadijs in de Limburgse achtertuin.
‘Schrijven over alles waar je wieler voor kunt zetten’….aangezien je mijn aandacht al hebt bij het noemen van het woord wieler, is mijn antwoord op de vraag of ik interesse heb in het schrijven voor Wielertaal snel gevonden. Hoewel er in de wielerwereld wel 1001 dingen zijn om over te schrijven, is het onderwerp van dit stukje voor mij eigenlijk een noodzakelijk iets. Ik begin dit nieuwe wieleravontuur dichtbij, in ‘mijn eigen achtertuin’.
Al enige jaren ben ik bevangen met het wielrenvirus. Vooral toekijkend via de tv. Het is die ene race vorig jaar in april dat van het virus een chronisch iets maakt waarmee ik de rest van mij leven zal moeten leven. Ik hoor men wel eens zeggen dat je de echte koers toch beter voor de tv kan volgen. Beter voor het koersinzicht enzo. Wat betreft koersinzicht kan ik nog veel leren, dus dat geloof ik absoluut. Maar mijn nieuwsgierigheid naar hoe het in het echt zou zijn is groter. De Amstel Gold Race: de enige Nederlandse wielerklassieker die de wielercolonne bijna door mijn achtertuin voert. Die moest ik toch zeker een keer zelf daarboven op die befaamde berg hebben gezien.
Net als voorgaande jaren, komt het hele circus samen op de kleine kinderkopjes van de Markt in Maastricht. Een moment terug naar vorig jaar. Het staat nog in mijn herinnering gebrand. Fabian Cancellara die maar rakelings langs dendert op weg naar de start. Dat zou een aardige krantenkop geweest zijn. Helaas voor hem en voor de liefhebber is de nachtmerrie van een val alsnog werkelijkheid geworden. Vanuit de Bourgondische stad aan de Maas maakt de koers een klein uitstapje naar het Noorden. Draaien en keren en in totaal 31 beklimmingen in een heuvellandschap dat bijna niet Nederlands aandoet. Dat is de Amstel. Wie een beschrijving van Limburg hoort of zelf geeft, gebruikt waarschijnlijk op enig moment het woord rust. Typisch voor deze provincie. Echt rustig wordt het nooit, maar wie eerst nog even wil ‘warmdraaien’ tot de echte finale begint, krijgt tijd. 26 hellingen zijn verschalkt als het einde in zicht komt: de Kruisberg, Eyserbosweg, Fromberg, Keutenberg en de slotklim naar de Cauberg. Als renner zijnde met grote plannen moet je er dan wel echt staan. Of dus eigenlijk rijden.
En dan de Cauberg. Komende zondag gereserveerd voor wielervolk van overal. Terugdenkend aan vorig jaar is het Luxemburgse gevolg van de broertjes Schleck een verschijning die me goed is bijgebleven. Gewapend met de Luxemburgse leeuwen op hun vlaggen, neerstrijkend op de flanken en in de bermen van de kuitenbijter die hun twee matadoren dan nog voor een laatste keer moeten bevechten.
Uiteindelijk is het Phillip Gilbert die de winst in de Amstel pakt en op dat moment op weg is naar een indrukwekkend kwartet aan overwinningen. Zijn zege in de Limburgse heuvels is zijn tweede achtereen. Vooralsnog laat de koning van de heuvelklassiekers ons dit jaar zonder al te veel protest zoeken naar een nieuwe troonopvolger. Hoe fraai als er na meer dan 10 jaar in de rang der opvolging ook weer eens een Nederlander voorkomt. Waar ik zal zijn? Ik snap als men zegt dat de koers te volgen is op tv. Maar de wielerkalender is gelukkig lang. Dat koersinzicht leer ik nog wel een keer. Wie zondag het gouden Amstel bier ook mag laten vloeien op zijn overwinning, de tv blijft ook deze keer uit.




