Vrijdag walgde ik van de Tour.
De weg lag voor de zoveelste keer bezaaid met renners. Er werd geschreeuwd om een nieuw wiel, een andere linkerschoen of een paracetamolletje. Een enkeling bleef versuft op het asfalt zitten of verbeet de pijn in de naastgelegen greppel. Mecaniciens rukten massaal uit om de kluwen van racefietsen te ontwarren, rondeartsen ontfermden zich over de gevallenen, ploegleiders takelden hun renners weer op de fiets en volgauto’s baanden zich toeterend een weg door de menselijke obstakels.
Het was een slagveld.
In tijden van liefde en oorlog is alles toegestaan. Dus grepen de gelukkigen hun kans op een goed klassement. Niks wachten. Doorkachelen! Het leger van Sky trok ten strijde voor kopman Wiggins, de mannen van BMC voerden het tempo op voor Evans. Terwijl het gros van hun concullega’s averij opliep en voor Poels zelfs een paar overnachtingen op de intensive care werden geboekt, dachten zij maar aan één ding: geel! Dit was een keiharde demonstratie van het allergrootste wielercliché: de Tour wacht op niemand.
Misschien ben ik te gevoelig, heb ik teveel principes of wil ik na tweeëndertig jaar nog steeds niet begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt, maar ik kon deze walgelijk genadeloze vertoning niet langer meer aanzien. Ik greep de afstandsbediening, klaar om de onsportiviteit van de beeldbuis te zappen.
En toen waren ze daar. Die paar seconden die alles weer goedmaakten.
Ik zag hoe een geschaafde Gesink op een veel te kleine leenfiets ploeterend probeerde aan te klampen bij een groepje medeslachtoffers. Hoe hard hij ook trapte, het laatste wiel kwam geen centimeter dichterbij. Totdat hij een duwtje in zijn rug kreeg. Van iemand in een ander shirt.
Het was geen ploeggenoot die het vuile werk voor hem opknapte. Pieter Weening, tegenwoordig renner in een vrije rol bij Orica-GreenEdge, trok zich het leed van zijn oud-collega aan. Toen zijn duwtje niet helemaal het gewenste resultaat gaf, bleek hij zelfs bereid om de paar meter naar het groepje voor Gesink te overbruggen. Een klein gebaar, een groots effect. Want zo bewees Weening dat in de schijnbaar meedogenloze wielerwereld de barmhartigheid nooit volledig zal uitsterven. Daar kunnen zelfs de grootste commerciële belangen niets aan veranderen.
Vrijdag genoot ik van de wielersport.






